Klokken

De grootste vier luidklokken hangen in een klokkenstoel op de luidzolder, een paar etages onder de lantaarn. Hier hangen onder meer de G0 Jhezus, gegoten in 1541 door Jasper en Jan Moer, die werkzaam waren in ‘s-Hertogenbosch, de Bes0 die naamloos is, gegoten in 1647 door Coenraet Wegewaert. Deze is waarschijnlijk gemaakt als uurslagklok en had de toon B0, maar omdat de Jacob, gegoten in 1570 door Hendrick van Trier, deze toon ook had werd ze een halve toon lager gestemd. Verder hangt er de C1, gegoten in 1956 door Koninklijke Eijsbouts. Deze klokken doen dienst als luidklok en wanneer ze stil hangen als basklok in het pedaal van het handspel van het carillon. Voor dit doel werden ze in 1956 door Eijsbouts herstemd en raakten ze hierdoor de klank die bedoeld was door hun maker kwijt. De klokken werden in gekrukte luidbalken gehangen waardoor het timbre bij het luiden ook anders klinkt dan vroeger. Klokken werden voorheen altijd aan rechte assen opgehangen zodat het vliegendeklepeleffect ontstond. Bij gekrukte luidbalken wordt van een vallende klepel gesproken.

Geschiedenis van de luidklokken

Na de torenbrand van 1539 droeg Keizer Karel V bij aan de herbouw van de toren en schonk de bijna 6000 kilo wegende bourdon, de grootste luidklok in een toren, met de naam Jhesus. Op de flank van deze klok is het eerst bekende voorbeeld van een ooievaar als het wapen van Den Haag te zien. Later is de ooievaar ook als windwijzer op de toren aangebracht. De klok Maria uit 1543 werd waarschijnlijk al in 1575 uit de toren genomen om tot kanonnen te worden omgesmolten. Er zijn geen bronnen die dit bevestigen.

De Bourdon is in de Tweede Wereldoorlog onder in de toren verstopt om deze uit de handen van de Duitsers te houden. Hij was te groot om door de monumentale deuren naar buiten te gaan. De deuren werden op het laatste moment smaller gemaakt met oude balken om de Duitsers te misleiden. In de nacht van 4 op 5 mei 1945 is de Jhezus weer op zijn plaats gehesen zodat hij tot grote verbazing van het Haagse volk samen met de nog aanwezige Fis1 de bevrijding kon inluiden.

De Wegewaertklok werd na de oorlog in Duitsland teruggevonden. Het schip dat de Jacob naar Duitsland had moeten brengen is onderweg door sabotage gezonken in het IJsselmeer bij Urk, maar na de oorlog kwam de Jacob ongeschonden boven water. De kleinste luidklok in die tijd was de Salvator fis1 uit 1547 gegoten door Jan Moer. Het was voor 1956 een luidklok die diende als werkklok. Deze is de hele oorlog op zijn plaats gebleven als signaalklok. Sinds 1956 dient Salvator alleen als speelklok in het carillon. Het historische carillon was van vordering gevrijwaard door de bezetter.

Ten minste twee keer in de geschiedenis viel er een klepel uit een klok tijdens het luiden: op 4 mei 1987 die van de Jhesus, en op Kerstavond 2002 die van de C1.

De Haagse Toren - Klokken

Beoordeel De Haagse Toren op:

Tripadvisor
Skyline Den Haag